Mariëtte Hamer


Organisatie: Voorzitter SER
Website: http://www.SER.nl
 
1. Wie is Mariëtte Hamer en wat is haar opdracht binnen de SER?
Ik ben sinds september 2014 voorzitter van de SER. De voorzitter staat aan het hoofd van de raad die bestaat uit 33 leden: vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties en onafhankelijke kroonleden. Ik leid de raadsvergaderingen, ben betrokken bij alle SER-trajecten en vertegenwoordig de SER naar buiten toe. Mijn opdracht is te zorgen dat de SER met heldere antwoorden op actuele sociaal-economische vraagstukken komt die op breed draagvlak kunnen rekenen. Die antwoorden zijn te vinden in onze adviezen, maar we zijn ook bezig met signaleringen, verkenningen, conferenties en andere werkvormen. De SER is het ‘huis van de arbeidsdialoog’ en dus is het van belang dat partijen zich bij de SER op hun gemak voelen en vrijuit kunnen spreken over economie en arbeidsmarkt. Ik zie het als mijn taak om te zorgen dat mensen zich bij ons welkom voelen.
2. Ondernemende mensen zijn belangrijk voor de arbeidsmarkt, omdat?
Ondernemerschap is één van de ‘21st century skills’. Dat zijn de vaardigheden die nodig zijn om in de arbeidsmarkt van nu en de toekomst goed te functioneren. Bij de SER zijn we op dit moment druk met de verkenning Leren in de toekomst waarin we onder andere kijken naar skills. Het is belangrijk daarover na te denken omdat we weten dat banen voor het leven vrijwel niet meer bestaan. Mensen stappen steeds gemakkelijker over van de ene naar de andere baan, worden zzp’er of ondernemer. En die wendbaarheid is nodig: functies verschijnen en verdwijnen sneller dan ooit, onder andere door globalisering, technologische ontwikkelingen en robotisering. Dit vraagt om een beetje ondernemerschap in ieder van ons. Iedereen die actief is op de arbeidsmarkt zal moeten nadenken over de volgende stap, over loopbaankansen en -risico’s. De basis voor ondernemerschap wordt gelegd op school. Maar het houdt daarna niet op. Leren en ontwikkelen moet onze tweede natuur worden, net zo gewoon als eten en drinken.
3. Wat moet de rol van het onderwijs zijn in de driehoek onderwijs-ondernemers-overheid?
Onderdeel van de SER-verkenning is ook de vraag hoe de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven verder versterkt kan worden. Onderwijsinstellingen willen een relevant en aantrekkelijk lespakket bieden, leerlingen willen soepel over kunnen stappen van school naar werk en ondernemingen hebben belang bij goedopgeleide vakkrachten. Samenwerken is dus cruciaal en wordt alleen maar urgenter nu de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zo snel gaan. Onderwijsinstellingen kunnen veel zelf doen, bijvoorbeeld door de banden met omringende bedrijven aan te halen. Ook kunnen instellingen – meer dan ze soms zelf denken – bijdragen aan innovatie door hun kennis en ervaring te delen. Tot slot is het aan scholen om te stimuleren dat er voldoende stage- en leerwerkplekken zijn. De mogelijkheid om in de praktijk ervaring op te doen, maakt een opleiding sterker én spreekt veel jongeren aan. Onderwijsinstellingen die een sterk netwerk hebben, hebben hierin een streepje voor.
4. De rol van docenten op het thema ondernemend leren, is erg uitdagend. Hoe kunnen we zorgen dat de docent dit zelf ook zo ervaart?
Ondernemend leren wordt een stuk gemakkelijker en interessanter met een ondernemende docent. Het is leuk als docenten ook zelf eens een kijkje nemen in het bedrijfsleven: bij grote bedrijven, een mkb’er en een zzp’er. Het kán bijna niet anders dan dat je daardoor vanzelf geïnspireerd raakt.